vrijdag 21 oktober 2011

Toepassingskaart 8 - Constructivistische les



Constructivistische les

Beschrijf je eigen leerstijl:

Mijn leerstijl is heel gevarieerd. De ene keer kan ik mij heel goed concentreren, de andere keer ben ik snel afgeleid en bezig met heel veel dingen behalve de stof die ik moet leren. Wanneer ik mij moeilijk kan concentreren helpt het pas als ik een slecht resultaat terug krijg voor ik er echt aan de slag ga. Ik leer zelf best makkelijk en heb mij er nooit echt heel erg voor in hoeven spannen. Voor dingen die ik echt leuk vind zet ik mij wel in om goed te leren en de stof te beheersen of beter te worden in wat ik doe. Wanneer ik in een groepje moet werken doe ik ook altijd hard mijn best want ik wil niet dat andere er de dupe van worden wanneer ik mijn zaakjes laat versloffen. Hetzelfde geld voor bijvoorbeeld mijn stage, ik vind dit leuk en daarom wil ik ook steeds beter worden in het lesgeven en neem ik de feedback goed in mij op maar ook wil ik dat de leerlingen niet de dupe zouden worden van mijn onkunde, zij zijn dus ook een goede stimulans om beter te worden in wat ik aan het doen ben. Toen ik de test op internet deed kwam eruit dat ik een doener en een beslisser ben.

De vier verschillende leerstijlen die Kolb onderscheidt zijn:




De doener – concreet ervaren

De doener leert door ervaringen. Hij wordt graag ‘in het diepe gegooid’. Een doener werkt graag samen en onderneemt gauw actie. Hij zoekt zelf nieuwe leersituaties op, maar is soms ongeduldig als iets niet gaat zoals verwacht. Een doener vindt het soms moeilijk om hoofd en bijzaken van elkaar te onderscheiden en kan soms ‘zonder nadenken iets doen’.

De denker – waarnemen en overdenken

Een denker stelt graag onderzoekende vragen. Hij kijkt naar wat er gebeurt en probeert algemene regels daarin te ontdekken, die eventueel met elkaar of met andere evaringen in verband kunnen worden gebracht. Een denker houdt van logica en redeneren. Een denker leert het beste in gestructureerde situaties. Hij kan niet goed tegen wanorde en vraagt niet gauw om hulp. Niet alle ideeën van een denker zijn even praktisch.

De dromer- analyseren en abstract denken

De dromer wil ‘eerst denken, dan doen’. Hij denkt na over verschillende situaties en probeert zich hierin in te leven. Hierdoor ziet hij vaak meerdere (goede) oplossingen, maar twijfelt over een beslissing. Een dromer heeft tijd en ruimte nodig om goed te leren.

De beslisser – gestructureerd experimenteren

De beslisser wil graag dat theorie aan de praktijk gekoppeld wordt en leert veel van praktijkvoorbeelden. Een beslisser leer het meest als hij dingen uitvoert samen met een expert. Hij plant graag en voert uit. Hij is tevreden als het leerproces zich volgens plan voltrekt, zodat hij stap voor stap tot het juiste resultaat kan komen.

Over mijzelf:

De doener – concreet ervaren
Dit komt ook duidelijk naar voren in mijn beschrijving over mijn stage en mijn houding die ik aanneem als ik met een groepje samen met werken. Ik vind het soms inderdaad moeilijk om hoofd en bijzaken te onderscheiden hierdoor wil ik nog wel eens het overzicht kwijt raken. Ik herken mijzelf alleen niet in de beschreven impulsieve acties, ik denk wel na voordat ik handel.
De beslisser – gestructureerd experimenteren

Ik hoef aan de beschrijving eigenlijk niet veel toe te voegen. Dat ik een beslisser ben komt voornamelijk naar voren tijdens mijn stage en werk, dit is nam ook voornamelijk de praktijk waar ik mij in bevind.

Observeer drie leerlingen met elk een verschillende leerstijl:
De leerstijlen die ik binnen mijn stage klas erg naar voren vind komen zijn de volgende drie:
De doener – concreet ervaren
De beslisser – gestructureerd experimenteren
De denker – waarnemen en overdenken

Leerling 1; de doener
Bij deze leerling komt vooral naar voren dat hij kan handelen zonder na te denken. Hij onderneemt graag acties en soms iets te impulsief. De leerling heeft moeite te wachten met handelen wanneer hij iets in zijn hoofd heeft. Wat niet opgaat is dat hij graag in het diepe gegooid wil worden want doordat hij de hoofd en bijzaken moeilijk van elkaar kan onderscheiden raakt hij op zo een moment in de war. Ook hier blijkt dus dat leerlingen meerdere leervormen handhaven, maar dat er één de kroon spant. Bij deze leerling is dit dus de doener.

Leerling 2; de beslisser
Bij deze leerling kom ik op beslisser omdat één ding bij hem heel duidelijk naar voren komt en dat is dat de leerling veel leert van praktijkvoorbeelden. Dit komt vooral naar voren tijdens de les wanneer ik het betreffende onderwerp terug koppelen naar een voorbeeld uit het eigen dagelijkse leven. Je merkt hierdoor dat de leerling enthousiast wordt en meer interesse heeft voor het onderwerp. De leerling is blij als het leerproces naar verwachting verloopt, echter kan hij wel van slag raken wanneer dit soms niet het geval is. Deze leerling leert het meest als hij samen leert met een expert, nu wil ik niet zeggen dat ik een expert ben uiteraard, maar ik ben wel van mening dat deze leerling het meest leert van klassikale les. Door de klassikale les raakt de leerling het meest geënthousiasmeerd maar wanneer het onderwerp hem niet interesseert juist snel afgeleid.

Leerling 3; de denker
De denker is een leerstijl die bij veel leerlingen duidelijk naar voren komt,daarom zal ik mijn constructivistische les ook gaan baseren op de leerstijl van een denker. Deze leerling is geïnteresseerd, uiteraard niet altijd maar over het algemeen wel. De leerling houd van duidelijke logica in de les, dit is te merken omdat hij hierdoor veel rustiger is dan wanneer hij niet weet wat er van hem verwacht wordt. Wanneer er wanorde heerst wil hij graag helpen, ook omdat hij zich hierdoor niet goed kan concentreren, wel kan hij dan zo handelen dat hij juist zelf zorgt voor wanorde. Dit pakt hij dan ook niet altijd even praktisch aan.

Mijn constructivistische les gebaseerd op de Denker
Bouw een reguliere les om tot een constructivistische les

Als je een denker bent/ voorkeur hebt voor deze stijl, dan leer je het meeste van activiteiten waarbij:

Je in staat wordt gesteld en aangemoedigd om activiteiten te bekijken en erover na te denken:
Dit onderdeel komt terug in mijn les bij de vragen die ik in de inleiding stel en de powerpoint die ik heb gemaakt. Ik koppel het onderwerp terug naar de beleving wereld van de leerlingen. Een constructivistische les draait er ook om dat je leerlingen zelf na laat denken en zelf laat vertellen wat ze al weten over het onderwerp zodat ze ook van elkaar leren en samen verder komen. Wat zijn mummies, wat gebeurde er met mensen die gemummificeerd werden, hoe denk je dat piramides gebouwd worden, wat vind je van piramides en de andere wereldwonderen, ben je wel eens bij een piramide of een ander wereld wonder geweest en wat vond je ervan, wat weet je al over het onderwerp, hoe denk je dat de mensen die piramides bouwde zich voelen, hoe zou jij je voelen etc. Door de powerpoint hebben de leerlingen heel duidelijk voor zich waar ik het over heb en wat ik aan het bespreken ben.

Je afstand kunt nemen van zaken: kunt luisteren/ observeren. Je de gelegenheid krijgt na te denken voordat je commentaar (moet) geven. (Je krijgt dus tijd om je voor te bereiden):
Ik leg van te voren uit aan de leerlingen wat ik van ze verwacht en hoe ze zich behoren te gedragen, een denker heeft behoefte aan orde en rust om hem heen zodat hij optimaal kan presteren. Ik bespreek de opdrachten van te voren klassikaal door. De leerlingen maken de opdrachten voor zichzelf. Ze krijgen de tijd om over hun antwoorden na te denken. De leerlingen weten dat ze aan mij hulp kunnen vragen als ze er niet uitkomen. Bij het nabespreken zeg ik ook wat ik van de werkhouding van de leerlingen vond.

Je in je eigen tempo een beslissing kunt nemen zonder druk van andere en/of een strakke tijdslimiet:
De leerlingen krijgen ruim de tijd om een inbreng te hebben in de inleiding, voor het bespreken van de woorden, voor de uitleg en het stellen van vragen en voor het maken van de opdrachten. Ik geef aan dat ik het belangrijker vind dat ze hun werk goed maken dan dat ze snel klaar zijn.

Na de les:
Ik heb geleerd dat overdrijven in de tijd die de leerlingen hebben niet goed is en dat het houden van een tijdsschema voor de leerlingen extra houvast geeft maar ook voor mij, als een les te lang duurt raken de leerlingen ook verveeld. Ook zijn er toch nog steeds leerlingen die sneller met hun les klaar zijn dan andere, deze leerlingen moet ik ook een duidelijke opdracht geven om na de les te doen, dit voorkomt onrust. Dus een strakke tijdslimiet is niet goed om te hebben maar een tijdsschema voor mijzelf en de leerlingen kan ook wel handig zijn. Als de leerlingen dan niet klaar zijn met de opdracht is niet erg als ze voor hun doen maar doorgewerkt hebben en zich hebben ingezet.

Je gedachtewisseling met andere zonder risico is: na overleg binnen een structuur:
Bespreek de les met de leerlingen na, vertel waar je tevreden over was maar ook waar je niet tevreden over was mocht dit het geval zijn en hoe je het wel had gewild. Zorg dat leerlingen die een oefening niet snapte na mijn uitleg van de oefening hun hand op durven te steken zodat deze leerlingen extra uitleg krijgen. Wel moet ik er rekening meer houden dat niet iedereen dat durft wat juist een denker kenmerkt. Daarom heb ik tijdens de les ook veel rondgelopen om in het oog te houden dat iedereen de opdrachten snapte en hiermee aan het werk kon, gelukkig durft iedereen met een stoplicht te werken waarvan ze weten als ze die op rood leggen dat ik langs kom om te helpen.

Na de les:
Ik heb ervaren dat inderdaad niet iedereen klassikaal zijn of haar hand op steekt wanneer ze iets niet snappen maar ook dat het moeilijk is zelf in de gaten te houden wie dit waren en of er nog meer leerlingen zijn die dit ook niet snapte maar niet hun hand op staken. Dit is moeilijk om bij een hele klas in de gaten te houden en hier zal ik ook zeker op oefenen net als het vasthouden van de aandacht van iedereen, de leerlingen die het helemaal niet snappen maar ook de leerlingen die alles al snappen.



Voorbereidingsformulier:
Naam: Suzanne van Brussel
Datum: 14-10-2011
Les: Taal

Doelen van de onderwijsactiviteit:
lln leren over de wereldwonderen
lln breiden hun vocabulaire uit met aangeboden woorden
lln leren over het gebruik van de dubbele punt
lln kunnen woorden en plaatjes aan elkaar koppelen

Doelen van de onderwijsactiviteit voor mijzelf:
gestructureerde les aanbieden
duidelijk zijn in wat mijn eisen zijn voor de les
alle lln bij de les betrekken
consequent mijn regels hanteren

Beginsituatie van de onderwijsactiviteit:
lln weten dat ze eerlijk kunnen zijn wanneer ze iets niet snappen
lln kunnen klassikaal over een onderwerp praten zonder elkaar in de rede te vallen
lnn kennen de structuur van lesgeven
lln kennen de gedragsregels die ik stel

bronnen
taal methode boek: de trapeze

Intro:
Ik introduceer het nieuwe onderwerp en leid het gesprek wat hierna tot stand komt door middel van het stellen van vragen, het geven van beurten en het laten zien van mijn gemaakte powerpoint. De leerlingen luisteren naar de cd, vertellen wat ze weten en stellen vragen over onderdelenwaar ze samen niet uitkomen wat dit betekent. Ik houd ook vast aan de bekende structuur omdat de leerling dit het prettigst vind werken.

Kern:
Ik bespreek de woordenlijst en geef een korte klassikale uitleg per opdracht, ik ga langer in het op het gebruik van de dubbele punt omdat dit nieuw is. Na elke opdracht vraag ik wie snapt dit niet? Bij die leerlingen kom ik later terug. De andere leerlingen weten dat ik langs zal lopen wanneer ze mij nodig hebben.

Afsluiting:
De leerlingen maken de opdrachten, ik loop langs en kijk al onderdelen na als extra ondersteuning en aanmoediging. Laat de leerlingen gebruik maken van hun stoplicht zodat ze eerst zelf nadenken of verder werken. Na afloop bespreek ik hoe ik vond dat de les is verlopen.

Organisatie en materiaal:
Powerpoint
bord
cd
woordenlijst
werkboek
taalboek
stoplicht

Reflectie door student:

-De leerlingen vonden het een leuke les en deden leuk en gemotiveerd mee.

-De leerlingen luisteren naar mij, ze nemen mij serieus.

-Het werken zonder tijdsschema werkt voor mij niet, de les duurt daardoor veel te lang, maar voor de volgende keer een duidelijke tijdsplanning

-Vertel de leerlingen wat ze moeten doen als ze klaar zijn, ik merkte dat het onrustig werd doordat de leerlingen klaar waren met hun opdracht en niet wisten wat te doen, hier werden de andere leerlingen door afgeleid.










 






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen