maandag 14 november 2011

toepassingskaart 4 zorgroute rekenen

De I-Zorgroute: rekenen

 Zorgroute rekenen
Dit is mijn zorgroute voor rekenen in het speciaal onderwijs.De leerlingen op deze school zijn voor rekenen al geclusterd. Op een bepaalde tijd gaat er een bel en alle leerlingen verplaatsen zich dan vanuit hun eigen klas naar de klas waar op  hun niveau rekenen wordt gegeven. Wanneer er weer een bel gaat staat iedereen weer op en gaat terug naar de eigen klas voor de andere lessen. In mijn klas wordt les gegeven op het niveau van groep midden 6 en eind 7. Door het lesgeven aan deze subgroepen en het nakijken van toetsen en citotoetsen weet ik waar voor bepaalde leerlingen de obstakels zitten.   

Subgroep 1 heeft moeite met sommen als 3.17-0.6 Dit kwam duidelijk naar voren tijdens mijn uitleg, de leerlingen hebben moeite om 0.6 te plaatsen als bijvoorbeeld 60 cent.

Subgroep 2 heeft moeite met sommen als één persoon 0.20 cent heeft hoeveel geld hebben dan 5 personen bij elkaar.

Subgroep 3 heeft moeite met het correct schrijven van alle tussenstappen bij een staartdeling.

Subgroep 4 heeft moeite met sommen als een staartdeling met rest wat nog niet als een kommagetal geschreven wordt maar wel hierop neerkomt.

De leerlingen werken uit de rekenmethode wis en rekenen.
De leerlingen binnen de subgroepen lopen redelijk evenredig met elkaar. De ene leerling snapt de stof sneller dan de andere maar omdat ze in dezelfde subgroep zitten is het wel stof die iedereen aan kan. Sommigen hebben dus minder lange instructie nodig, deze leerlingen beginnen al aan de opdrachten of helpen klassikaal mee met het uitleggen van de sommen voor de andere leerlingen. De kinderen zitten per subgroep in de klas en wanneer de ene groep uitleg krijgt is de andere groep stil zelfstandig aan het werk.

 
Wie
Wat
Hoe
Groep 1
-Dagelijkse situaties koppelen aan het rekenprobleem
-Verschillende oplossingsstrategieën laten zien
-Extra sommen maken
-Sommen na bespreken en leerlingen duidelijk uit laten leggen hoe ze op hun antwoord komen
-Methode goed de voorbeelden bespreken, betrek de lln uit de groep die het wel snappen goed bij het bespreken
-Na uitleg apart zitten met de zwakste lln
-Instructie met de groep mee doen
-Verlengde instructie voor leerlingen die dit nog nodig hebben
-Bespreek de moeilijkste sommen met elkaar
-Extra sommen met een verhaal zodat de lln zich beter een beeld bij de som kunnen vormen
-Bladen met van te voren gemaakte getallenlijnen
Groep 2
-Computerprogramma
-Oefenen met extra sommen
-Sommen in context plaatsen
-Oefenen oefenen oefenen
-Bladen met van te voren gemaakte tabellen, overzichtelijker
-Klassikale instructie
-Eventueel verlengde instructie
-Extra huiswerk mee in overleg met ouders

Groep 3
-Leg uit waarom het belangrijk is dat de leerlingen al hun stappen opschrijven, geef eventueel een moeilijkere staartdeling die niet uit het hoofd valt uit te rekenen.

-Reken sommen zonder goede berekening fout
-Maak werkbladen waar van te voren een staartdeling op staat als voorbeeld en een werkblad waar de staartdeling op ingevuld kan worden.
-Maak heel duidelijk hoe belangrijk de berekening is.
Groep 4
-Bied meer staartdelingen aan
-Leg goed uit wat de rest inhoud
-Zorg dat staartdelingen zonder rest goed onder de knie zijn
-Oefen klassikaal
-Bespreek de sommen klassikaal na


-Tijdens de instructie bepalen of de leerlingen zelfstandig verder kunnen.
-Geef voor elke som tijd en bespreek klassikaal na
-Kijk de gemaakte sommen meteen na om te weten of er nog extra hulp geboden moet worden.


vrijdag 11 november 2011

poster zorgroute taal 1









Toepassingskaart 5 zorgroute taal

Zorgroute taal, door Suzanne van Brussel en Kevin de Rooij
Twee trapezewerkersWij lopen stage op SBO school ‘de Marke’ in Leiden. Beide staan we voor een schoolverlaterklas, Suzanne in groep Panda (4 meisjes en 11 jongens) en Kevin in groep Tijger (8 jongens en 9 meisjes). Het zijn gezellige klassen waarin leerlingen op hun eigen niveau geholpen worden en klaargestoomd voor het vervolg onderwijs dat ze zullen gaan volgen.
Gekozen leerlijn TULE
Taalbeschouwing, Waaronder strategieën.

Kerndoel 10
De leerlingen leren bij de doelen onder ‘mondeling taalonderwijs’ en ‘schriftelijk taalonderwijs’ strategieën te herkennen, te verwoorden, te gebruiken en te beoordelen.
Kerndoel 11
De leerlingen leren een aantal taalkundige principes en regels. Zij kunnen in een zin het onderwerp, het werkwoordelijk gezegde en delen van dat gezegde onderscheiden. De leerlingen kennen:
-       regels voor het spellen van werkwoorden;
-       regels voor het spellen van andere woorden dan werkwoorden;
-       regels voor het gebruik van leestekens

Kerndoel 12
De leerlingen verwerven een adequate woordenschat en strategieën voor het begrijpen van voor hen onbekende woorden. Onder ‘woordenschat’ vallen ook begrippen die het leerlingen mogelijk maken over taal te denken en te spreken.

De taal methode die gebruikt wordt op school is ‘Taaltrapeze’. Deze methode is speciaal ontwikkeld voor het Speciaal Basis Onderwijs. 
Doelen van de ‘Taaltrapeze’:
Woordenschat
De leerlingen krijgen wekelijks twintig kernwoorden aangeboden, waaronder zes functie- of schooltaalwoorden. In de teksten voor Begrijpend lezen komen daar nog eens vijf (vaktaal)woorden bij, waarvan ze de betekenis moeten afleiden uit de context. Daarnaast leren de leerlingen elke week een uitdrukking.
Taalbeschouwing
De leerlingen leren vaktaalwoorden en signaalwoorden. Ze leren een woordenboek te gebruiken en maken voor het eerst een eigen woordenlijst of woordkaartjes. Daarnaast leren ze grammaticale begrippen toepassen als enkel- en meervoud, tijd van het werkwoord en onderwerp en persoonsvorm. Tot slot maken de leerlingen kennis met jongerentaal en het onderscheid
tussen dialect en standaardtaal.
Zelfstandig werken
Woordstrategieën en herhaling

Per week biedt het werkboek vier tot zes pagina’s voor zelfstandig werken. Hierin komen onder andere de volgende onderwerpen aan de orde:
-woordenschat: herhaling van de woorden die in een eerder deel voorkwamen
-woord- en zinsbouw en taalbegrippen
-het alfabet
-interpunctie
-de vaardigheid om een samenvatting te maken
Schriftelijke taal

Ze lezen verschillende soorten teksten, zoals doeteksten, opvalteksten, verhaalteksten, informatieve teksten en de meningtekst.
Leerlingen leren structuren herkennen in teksten, zoals pagina-indeling, alinea’s, tabellen en grafieken; ze leren de talige structuur van tekstsoorten herkennen, zoals oorzaak-gevolg en vergelijkingen; en ze leren hun waardering voor teksten te illustreren aan de hand van bepaalde passages.
Verder leren de leerlingen de interpunctie goed toe te passen  bijvoorbeeld wanneer ze de dubbele punt en aanhalingstekens moeten gebruiken.
Afname toetsen:
-Donderdag dictee van de twintig wekelijks aangeboden nieuwe kernwoorden
-Herhaling opdracht met eindactiviteit in de laatste week van elk thema (week 4)
-Taalschaal CITO, oktober 2011
-Woordenschat CITO, oktober 2011
Ik heb mijn zorgplan gericht op het toetsmoment dat wekelijks plaats vind, namelijk het dictee. Het dictee bestaat uit 12 woorden die getoetst worden van de woordenlijst die in de klas is besproken en als huiswerk mee naar huis is gegeven. De woorden worden behandeld door middel van een verhaal waar ze in voorkomen zodat de leerlingen de context van de woorden leren kennen.  De woordenlijst bestaat over het algemeen uit 20 woorden en wordt op vrijdag besproken en mee gegeven, de donderdag daarop vind het dictee plaats. In de laatste week bevat het dictee woorden uit de afgelopen 3 weken van het thema. Er worden verschillende methodes gebruikt om het dictee na te kijken, namelijk: door de leerkracht, klassikaal, op het bord. De leerlingen moeten de woorden die ze fout hebben geschreven verbeteren en nogmaals opschrijven. In de week zijn er veel oefenmomenten voor het gebruik van de woorden, hierdoor wordt de betekenis duidelijk maar ook de manier van schrijven, in alle opdrachten komen de woorden naar voren zoals invulopdrachten of koppelopdrachten.
Wij hebben per persoon drie leerlingen uit onze eigen klas geobserveerd en de resultaten van deze leerlingen bestudeerd. Naar aanleiding van mijn bevindingen zal ik een zorgroute voor de betreffende leerlingen ontwerpen.
Woordenlijst week 2:
benodigdheden, farao, geloven, hoofdschuddend, wetenschapper, wikkelen, schade lijden, mummie, piramide, intact, gisteren, suppoost, zo’n, wereldwonder, zoekend, net, ronde, terug, zoekend, vernielen.
Uitdrukking van deze week:
Ergens goed vanaf komen.
Dictee woorden week 2:
benodigdheden, farao, geloven, hoofdschuddend, wetenschapper, wikkelen, schade lijden, mummie, piramide, intact.

Leerling T: kijkt veel rond, is veel afgeleid tijdens het dictee. Leerling T heeft geen fouten gemaakt in zijn dictee, bovengemiddeld resultaat.
Leerling S: Is erg aan het praten met leerling T, kijkt tijdens het dictee veel om haar heen en ook op het blaadje van leerlingen om haar heen. Leerling S heeft 3 woorden correct geschreven, beneden gemiddeld resultaat.
Leerling Ti: Is geconcentreerd aan het werk, 6 woorden goed, alle fouten zitten in de verdubbelaar; als je aan het eind van een klankgroep een kort klank hoort, geldt: bij korte klanken, zoals a, i, o en u, zet ik twee medeklinkers. Gemiddeld resultaat
Leerling
Wat moet er anders, onderwijsbehoeften
Hoe begeleid je de leerling, didactische behoeften
T
Leerling T heeft meer behoefte aan uitdaging, hij verveelt zich en vraagt hier zelf ook duidelijk om. Zijn resultaten zijn over het algemeen ruim voldoende en hij heeft geen moeite met het verwerken van de nieuw aangeboden woorden. Zorg dat leerling T meer uitdaging heeft tijdens de lessen. Laat leerling T meer oefenen op de computer met bijvoorbeeld verschillende spellingsmethodes die hij door elkaar moet gebruiken. Deze leerling krijgt duidelijk les onder zijn eigen niveau. Verdiepingsopdrachten zijn een extra stimulans en uitdaging.
Beloon de leerling voor zijn goede resultaten door oefeningen te geven met extra uitdaging. Laat de leerling ook oefenen op de computer
S
Leerling S is snel afgeleid en geeft snel op. Ze stelt weinig vragen uit zichzelf en als ze iets niet gehoord heeft legt zei zich hierbij neer. Het is voor haar erg belangrijk dat de woorden in een passende begrijpende context worden aangeboden zodat ze deze beter snapt en zal onthouden. De leerling heeft behoefte aan extra werk zodat ze de stof beter zal gaan beheersen. Laat de leerling verwerkingsopdrachten doen zodat ze de spellingsregels ook bij andere woorden leert beheersen dan alleen de aangeboden dictee woorden.
Leerling heeft erg veel aanmoediging nodig en is erg onzeker. Moedig haar ook aan het extra werk te maken en loop vaak langs om in de gaten te houden of de leerling alles snapt. Moedig ook aan dat ze het dictee thuis oefent.
Ti
Leerling Ti heeft alle woorden fout waar de verdubbelingregel moet worden toegepast, hieruit blijkt dus dat hij hier nog erg veel moeite mee heeft. Ook heeft de leerling de dictee woorden niet goed geleerd want anders had hij deze woorden nog correct kunnen schrijven en was het mij pas opgevallen als hij woorden moet schrijven die voor het eerst worden aangeboden waarbij hij dus zelf de verdubbelingregel toe moet passen
Leg de verdubbelingregel nogmaals goed uit, desnoods één op één. Geef de leerling extra werk om deze regel toe te passen, moedig dit aan. De leerling moet niet alleen de dictee woorden goed leren schrijven maar ook snappen dat deze regel voor andere woorden geldt, hiervoor dus de extra opdrachten. LEER HET DICTEE!!!

De leerlingen zijn wel gemotiveerd tijdens de reguliere taallessen, de thema’s zijn actueel en ze vinden het leuk hierover te praten. Het terugkoppelen naar de bijbehorende woorden gaat al heel automatisch omdat ze veel woorden toch al wel kennen. Wel moeten de leerlingen aangemoedigd blijven worden het dictee goed te leren van te voren, want uit bovenstaande blijkt dat alleen de verwerkingsopdrachten niet voor elke leerling genoeg is om de woorden foutloos te leren schrijven. Ik probeer speelsgewijs de woorden onder de aandacht te brengen en hier ook de spellingsregels aan te koppelen. De leerlingen raken hierdoor gemotiveerd en ook de leerlingen die goed mee kunnen komen of juist moeizamer mee kunnen komen vinden dit erg leuk.
Ik houd de leerlingen goed in de gaten en kijk naar de resultaten maar ook naar hun houding tijdens de taallessen zelf. Ik probeer de taallessen gevarieerd te maken door leuke powerpoints en andere attributen maar ik wijk niet af van het vaste lessysteem, toen ik dat een keer wel deed merkte ik dat veel leerlingen hierdoor van slag raakten. Ook werk ik wanneer dat kan in groepjes zodat de leerlingen van elkaar kunnen leren maar ook leren te durven zeggen wat ze zelf denken tegen hun medeleerlingen. Ik merk dat dit de leerhouding bevordert, en ook dit stimuleert de leerling die achterloopt om mee te willen komen maar ook de leerling die juist op een hoger niveau zit om medeleerlingen te helpen.
Het gaat erg goed, ik kijk naar de toetsresultaten en de fouten, hier maak ik subgroepjes in en wanneer ik tijd heb ga ik met zo een subgroepje aan de gang om extra uitleg te geven. Ik merk dat de leerlingen genieten van deze extra aandacht en het ook juist heel goed willen doen wanneer ze in dit kleine groepje zitten, echter de leerlingen waar ik niet meer gaan zitten vinden dit ook fijn omdat ze dan weten dat ze het goed gedaan hebben. Ik let erop dat ik de leerlingen veel complimenten geef, hierdoor zie je ze opleven en worden ze zekerder. Ze durven nu fouten te maken en weten dat dit niet erg is maar ze weten ook dat ik wel verwacht dat ze hun best doen en niet maar wat aanrommelen.


woensdag 2 november 2011

toepassingskaart 9 scholen en talentontwikkeling

Scholen en talentontwikkeling






Talent ontwikkelingschool (TOS)
In januari 2008 is de Toermalijn gestart met de Talent Ontwikkelingschool, afgekort TOS.
De TOS biedt de kinderen meer dan alleen om hun kansen in de samenleving te vergroten. Het accent ligt vooral op het ontwikkelen van talenten van kinderen. Dit profiel kenmerkt zich door verlenging van de leer- en ontwikkeltijd of educatieve speeltijd voor alle kinderen van de school. De schooldag duurt dan voor de kinderen van 8.30 uur - 16.30 uur. Dat geldt dan voor 4 dagen (maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag) voor de groepen 3 t/m 8. Op deze manier zijn de begin- en eindtijden voor deze 4 dagen hetzelfde. Hierdoor wordt een leer- en ontwikkeltijdverlenging van 6 uur gerealiseerd.
In die extra uren is er naast extra aandacht voor taalontwikkeling, ook aandacht voor sociale vaardigheden, burgerschap, sport en cultuur. Ook ICT/nieuwe media,techniekonderwijs en huiswerkbegeleiding kunnen hierin een plaats hebben. Activiteiten als sport en cultuur worden binnen de TOS niet aangeboden als recreatie, maar zijn gericht op het versterken van de competenties van kinderen, met name op het gebied van taal, sociaal-emotionele ontwikkeling en sociale binding.
De kinderen maken zelf een keuze om hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen.
Opzet van de Talent Ontwikkeling School TOS

Op maandag en vrijdag krijgen de kinderen van de groepen 3 t/m 8 les van vakleerkrachten. Anderhalf uur lang, verspreid over de dag. In deze "verweven" vakuren wordt gewerkt met vaste docenten. Zij kunnen door hun permanente verbondenheid aan onze school de kinderen beter leren kennen en hen daarom goed begeleiden. De vakdocenten werken aan de hand van vaste leerlijnen die zijn opgesteld voor de verschillende leerjaren.
Op dinsdag en donderdag zijn de cursussen niet verweven en starten ze om 15.00u.

De cursussen zijn:
Theater, Techniek, dans, muziek, sport, beeldend

De basisschool Toermalijn is een katholieke school waar de religieuze achtergrond van ieder kind en zijn ouders gerespecteerd wordt. 

Vanuit de katholieke identiteit van de school kiezen we voor:

- Het gesprek. Met de kinderen praten we over de waarden en de normen die in het leven centraal moeten staan. 
Ieder gelovig mens weet dat respect voor elkaar belangrijk is. 
- Veel aandacht voor de achtergronden van de kinderen. 
Concreet betekent het dat we over het Hindoeïsme, de Islam en het Christendom van elkaar leren. 
- De eigenheid van ieder kind.
Door aan te sluiten bij het unieke van ieder kind, verwachten we dat in de toekomst in de samenleving meer respect en tolerantie zal ontstaan.

We bestaan al meer dan 100 jaar. Honderd jaar kwaliteit, honderd jaar traditie. Wij willen graag samen met u deze kwaliteit en deze traditie de komende honderd jaar voortzetten.

De basisschool Toermalijn valt onder het bestuur van de stichting Lucas Onderwijs.
Lucas Onderwijs is een groot interconfessioneel schoolbestuur met zo'n 40 basisscholen, 9 sbo scholen en 10 scholen voor voortgezet onderwijs.
De Katholieke richting kenmerkt zich juist door de openheid naar andere culturen en religies. 

Artikel 1Neem talent als uitgangspunt. Geraadpleegd op 02-11-2011 via
http://www.onderwijskananders.nl/wp-content/uploads/2011/05/talent-als-uitgangspunt.pdf
Het belangrijkste wat in het artikel naar voren komt is dat je niet voorbij moet gaan aan waar een kind juist goed in is. Als voorbeeld wordt gegeven dat als een kind niet goed in spelling is hij of zij daar bij les voor krijgt hierdoor loopt het de kans om zelf te vergeten waar het goed in is. De scholen van nu worden te veel gedwongen om de kinderen naar een bepaald niveau te krijgen voor o.a. rekenen en taal. Dit komt het zelfbeeld vaak niet ten goede. Niet elk kind moet en gaat naar de universiteit, alle beroepen en niveaus zijn even belangrijk. De leerkrachten moeten de leerlingen iets geven waar ze trots op kunnen zijn.
Artikel 2 Waarom en hoe talentontwikkeling? Geraadpleegd op 02-11-2011 via
http://www.slo.nl/voortgezet/onderbouw/themas/talent/00002/

Literatuuronderzoek wijst uit dat er vanuit drie opvattingen naar talentontwikkeling gekeken wordt:
1. elke leerling heeft een talent
2. er zijn toppers: de uitschieters naar boven toe zijn de talenten
3. leerlingen hebben verborgen talenten: soms moeten eerst barrières of achterstanden worden weggewerkt
Er zijn drie mogelijke redenen om in het onderwijs aandacht te besteden aan talentontwikkeling:
· als investering voor de toekomst
· om ontplooiingskansen van het individu te vergroten
· voor schoolprofilering

Mijn visie op talentontwikkeling:

Na het lezen van bovenstaande artikelen is het mij het stuk duidelijker geworden wat talentontwikkeling nou daadwerkelijk inhoud. Wat ik bijzonder vind is dat leerlingen zich op verschillende vlakken kunnen ontplooien. Echter vind ik wel dat we de reguliere vakken niet uit het oog mogen verliezen ook al ligt dit de leerlingen minder. Op het middelbaar onderwijs en ook in de toekomst zijn deze vakken nodig, je leert ze niet voor niks.
Op mijn stage school ben ik nog niet echt in aanraking gekomen  met talentontwikkeling. Op mijn huidige stageschool wordt er les gegeven in judo dit is echter meer zodat de leerlingen hun agressie kwijt kunnen die ze met zich mee dragen.


maandag 31 oktober 2011

rekentraject II

Wat was nieuw voor je?
We hebben het gehad over gewenste en ongewenste oplossingsmethoden en naar het verschil in ernstige en minder ernstige fouten.

Wat heb je geleerd?
Ik heb geleerd dat er verschil bestaat in de soorten fouten die leerlingen kunnen maken. Zodra je dit weet kan je verder gaan in het fouten herkennen en kijken welke oplossingsmethode je moet aanbieden om de leerling weer verder te kunnen laten gaan.

Wat ga je hiermee doen?
Ik ga analyseren wat voor een fouten de leerlingen uit mijn klas maken en manieren aanbieden om een goede oplossingsmethode aan te bieden. Ik zal hier de leerlingen voor clusteren zodat de leerlingen die dezelfde fouten maken bij elkaar zitten.

Hersenen in actie college 3, woensdag 14-09-2011

Wat heb ik geleerd en wat was nieuw voor mij?
Vandaag heb ik voor het eerst kennis gemaakt met het werken met groepsplannen. Hoe je aan de hand van de resultaten van een toets een indruk kan krijgen van een klas. Hierbij heb ik geleerd dat je niet alleen deze resultaten moet gebruiken. Er zijn namelijk andere factoren waar je rekening mee moet houden bij het maken van een groepsplan. De toets is een momentopname, het kan zijn dat een kind in de pauze ervoor ruzie heeft gekregen met een ander kind en daardoor geen concentratie kan opbrengen om zijn of haar toets te kunnen maken. Je hebt meer informatie nodig. Hierbij kun je denken aan werkboeken, het leerlingvolgsysteem m.b.t. resultaten in voorgaande leerjaren, interview met het kind of de ouder, etc. Vooral is het belangrijk om het kind niet te vergeten. Kinderen weten zelf heel goed waar ze behoefte aan hebben.

Wat ga ik hiermee doen?
Dit zal ik gaan toepassen in mijn stage. Kijken naar de resultaten en de informatie daaromheen en proberen een groepsplan op te zetten. Een mooi leermoment om het te vergelijken met het groepsplan van mijn mentor en (eventueel) in discussie gaan.

Hersenen in actie college 6+7, woensdag 26-10-2011

Wat was nieuw voor je?
Vandaag hebben we 2 colleges in één dag behandeld ivm ziekte van Erica. Wat nieuw voor mij was dat was het onderwerp MI wat staat voor Meervoudige Intelligentie. Hier wist ik nog niet veel vanaf en vond het interessant. Helaas verliep de les rommelig zodat ik moeilijk mijn aandacht erbij kon houden. Verder hebben we het gehad over onze blog en stage ervaringen uitgewisseld, ook deze gesprekken verliepen moeizaam omdat sommige studenten in mijn ogen te veel van hun eigen kunnen overtuigd zijn. Ik heb hiervan geleerd dat het goed is overtuigd te zijn van wat je kan maar dat je ook open moet staan voor de mening en denkbeelden van anderen mensen. Verder hebben we een toetsvraag behandeld, hier kwam het 1-2-3-4 systeem in naar voren, dit was nieuw voor mij. En we hebben het gehad over de inbreng van de leerkracht en de leerling.

Wat heb ik geleerd?
Ik heb geleerd te luisteren naar een kind en dat het soms moeilijk is een situatie in te schatten, sommige situaties lijken niet belangrijk maar zijn dit dan voor het kind absoluut wel. Het is belangrijk op de hoogte te zijn van de belevingswereld van de leerling zodat je weet wat er aan de situatie vooraf is gegaan. Verder heb ik geleerd dat iedereen een eigen mening heeft en het niet altijd even nuttig is om hierop in te gaan.

Wat ga ik hiermee doen?
Ik wil gaan proberen verschillende meervoudige intelligentie in mijn lessen te verwerken, dit om de les voor veel leerlingen aantrekkelijk en uitdagend te maken. En de leerlingen het optimale uit een les laten halen. Eerst zal ik mij moeten gaan verdiepen in de behoefte van mijn stage kinderen en welke vlakken van MI hun ligt.


Dit is de uitslag van mijn eigen MI test:


vrijdag 21 oktober 2011

Toepassingskaart 3 hersenvriendelijke les





Het is bij deze opdracht de bedoeling dat ik als student een hersenvriendelijke les voor mijn stage klas ontwerp en deze ook uitvoer. Deze les moet gebaseerd zijn op het Schema Leren van David Sousa (2006).
 

De doelen van deze opdracht luiden als volgt:
 

-Je kent het Schema Leren en weet hoe het geheugen werkt;
-Je weet hoe je het geheugen kunt beïnvloeden;
-Je kunt het Schema Leren toepassen in je lessen;
-Je hebt praktische tips geleerd die je kunt toepassen in je lessen.

Om een les hersenvriendelijk te maken moeten er verschillende aspecten in naar voren komen en waar je als docent rekening mee zal moeten houden.
Fogarty (1999) heeft een vierhoekenmodel ontwikkeld voor het beschrijven van de hersenvriendelijke klas:
1. Het klimaat scheppen VOOR het denken
2. Vormgeven aan het leren MET denken
3. Lesgeven in de vaardigheden VAN denken
4. Denken OVER denken


Ik heb een les ontworpen over leidens ontzet. Ik heb dit onderwerp voorgedragen gekregen van mijn stagementor, en omdat het een zelf ontworpen les is kan ik meteen beginnen er een hersenvriendelijke les van te maken.

Wanneer gebruik gemaakt wordt van het schema Leren van David Sousa, moeten de volgende 12 punten in de les aanwezig zijn:

1) Zorg voor een doelgerichte rijke leeromgeving
Ik begon mijn les door leerlingen naar eigen ervaringen te vragen over 3 oktober en heb ze geprikkeld met het tonen van plaatjes op het bord die te maken hebben met het heden en verleden van leidens ontzet. Hierdoor konden leerlingen al tradities van drie oktober noemen zonder dat ze precies wisten hoe deze tradities waren ontstaan, hun interesse is gewekt.

2) Activeer de voorkennis van de leerlingen
Dit heb ik gedaan door de les te beginnen met een klassikaal gesprek waarin naar voren kwam wat de leerlingen al wisten over het onderwerp. De leerlingen vonden het erg leuk om over hun eigen ervaringen te praten en in het verleden geleerde stof over het onderwerp weer op te halen.

3) Neem de leerlingen mee in de doelen die je wilt bereiken
Ik heb aan het begin van de les uitgelegd waarom ik deze les gaf en wat ik graag wou dat de kinderen zouden leren; namelijk snappen wat de tradities rond drie oktober te maken hebben met de oorspronkelijke viering van nu. 

4) Maak de doelen zichtbaar
Op elke sheet heb ik een klein overzicht gemaakt met de belangrijkste punten uit het verhaal en dit waren dan ook de doelen voor de leerlingen om te snappen en zelf terug te kunnen benoemen. Ik ben op deze punten ook aan het eind van de les kort samenvattend terug gekomen en heb gekeken dmv terug vragen hoeveel de leerlingen nog wisten van de les. 

5) Activeer de hersenen door open vragen te stellen
Ik heb vooral aan het begin van mijn les veel open vragen gesteld, hierdoor kwam er een heel leuk gesprek met de leerlingen op gang waarin ze al hun informatie konden spuien. Tijdens de les stelde ik elke keer open vragen over de net behandelde stof. 

6) Geef leerlingen ruim denktijd voordat ze een antwoord moeten geven
Leerlingen heb ik de tijd gegeven antwoord te geven op mijn vragen en wanneer ze dit niet wisten mochten ze aangeven dat ze geholpen wouden worden door een medeleerling, samen kwamen ze er goed uit. Zo leren leerlingen ook naar elkaar te luisteren.

7) Houd de vraag 'in de lucht' zodat alle leerlingen blijven denken
Dit was vooral in de beginfase van de les, de introductiefase, belangrijk. Door het gesprek dat ontstond over drie oktober hadden de leerlingen ook snel de nijging er andere onderwerpen bij te halen, elke keer bracht ik het gesprek dan weer subtiel terug naar het oorspronkelijke onderwerp. 

8) Stel niet te snel vragen achter elkaar, dit zorgt voor verwarring
Ik heb geprobeerd echt bij het onderwerp te blijven en niet van de hak op de tak te springen. Doordat de kinderen het onderwerp leuk vinden raak ik zelf ook heel enthousiast en moet ik uitkijken dat ik niet teveel wil in een te korte tijd. De leerlingen eerst uit laten praten over het onderwerp voordat ik met een volgende vraag of fase verderga.


9) Hersenen reageren op gevisualiseerde doelen
Ik heb de doelen elke keer op het bord weergegeven. En vaak nog aangesterkt met gerelateerde plaatjes. Deze plaatjes helpen de leerlingen veel te onthouden en hier worden ze door geprikkeld. Je merkt dat ze het leuk vinden de plaatjes te zien en te vertellen wat ze zien.

10) Biedt informatie op verschillende manieren aan
Ik heb de informatie aangeboden door erover te praten en de leerlingen te laten luisteren, maar ook door de leerlingen erover te laten praten en naar elkaar te laten luisteren. De doelen heb ik voor de leerlingen op het bord gezet en ook heb ik plaatjes op het bord gezet om de leerlingen extra te prikkelen. Aan het eind heb ik de leerlingen nog een filmpje laten zien over het onderwerp. En de leerlingen hebben als verwerkingsopdracht een woordzoeker gemaakt met geleerde woorden uit de les en hierna een 3 oktober kleurplaat mogen maken of een eigen tekening gerelateerd aan het onderwerp.

11) Reflecteer met de leerlingen
De les verliep leuk, het was de eerste les die ik heb gegeven voor mijn stage klas en de leerlingen deden leuk mee, dit heb ik ze dan ook gezegd. Ik vind het belangrijk een les positief af te sluiten en omdat de leerlingen leuk mee hebben gedaan was dit helemaal niet moeilijk. Verder heb ik met de leerlingen nog kort op de les terug gekeken.

12) Sluit af met positieve emotie gekoppeld aan het onderwerp
Ik probeer een les altijd positief af te sluiten. Ook wanneer een les minder vlot verloopt vind ik het belangrijk om ook de positieve punten van zo een les te noemen zodat we de volgende keer weer met een frisse start met elkaar aan de slag kunnen gaan.

Sousa, D.A. (2006). How the brain learns. Thousand Oaks, CA: Corwin Press.

 Hersenvriendelijke les Leidens ontzet

Soort les:
geschiedenisles
Beginsituatie:
De leerlingen zijn aanwezig bij het minikoraal en vieren in de stad leidens ontzet, maar wat weten ze van de oorspronkelijke reden voor dit alles?

Verwachtingen:
Ik verwacht dat de kinderen enthousiast zullen zijn. De leerlingen zullen misschien een beetje onrustig zijn omdat het de eerste keer is dat ik ze les ga geven. Verder zullen ze het onderwerp leuk vinden en hierdoor geprikkeld raken.

Doelen:
Productdoel: De leerlingen hebben aan het eind van de les een brede woordkennis woorden die gerelateerd zijn met leidens ontzet. Verder zijn ze op de hoogte van de achtergrond van de 3 oktober viering.
Procesdoel: De leerlingen kunnen mijn vragen gerelateerd aan de les beantwoorden en een woordzoeker maken.
Focus: Ik kan een hersenvriendelijke les geven waarbij ik gebruik maak van de tips en theorie van David Sousa.

Werkvorm:
klassikaal gesprek
vragen formuleren en klassikaal beantwoorden
doceren

Groeperingvorm :
groepjes
klassikaal 

Materialen:
woordzoeker
powerpoint met afbeeldingen en steekwoorden
willem wever film
kleurplaat

De les:
Inleiding:10 minuten
Ik begin met het activeren van voorkennis door middel van het stellen van open vragen en de leerlingen mogen op elkaar reageren.

Kern: 30 minuten
Tijdens de kern geef ik informatie over de geschiedenis van 3 oktober, het eerste en het tweede beleg.

Toelichting powerpoint:
1.      Wat komt er in je op wanneer je aan 3 oktober denkt? Bespreek de plaatjes.
2.      1e belgering, vertel over de eerste belegering, waarom deze plaatsvond, betrokkenen, duur, waarom  en hoe eindigde deze etc
3.      2e belegering, vertel over de tweede belegering, waarom deze plaatsvond, betrokkenen, duur, hoe eindigde deze, wat gebeurde er met de burgers ten tijde van de bezetting binnen de muren.
4.      Geeft een toelichting bij het schilderij (burgemeester Pieter Adriaansz van der Werff)
5.      Bevrijding, wie waren er betrokken, hoe kwamen ze op het idee, wat was er gebeurt als de Spanjaarden niet die nacht gevlucht waren.
6.      Oude kaart van Leyden waarop goed te zien is hoe de stad omringt werd door water.
7.      Vertel over de bevrijding en hoe we aan de tradities komen die nu nog steeds bestaan.
8.      Laat filmpje zien over het beleg.

Hierna kijken we een willem wever aflevering
  
Afsluiting: 15 minuten

Als afsluiting kijken we terug op de les dmv vragen van mijn kant en de kant van de leerlingen. De leerlingen maken een woordzoeker.
Wat vonden ze ervan en waarom? Wat hebben ze geleerd?

http://3.bp.blogspot.com/-ZtTbZhkPHdE/TqU1l8f-qRI/AAAAAAAAAFI/4385RzWEArc/s320/DSCF1265.JPG